InfoNu.nl > Nieuws uitgelicht… > Educatie en school > Cito-toets is geen intelligentietest

Cito-toets is geen intelligentietest

Dinsdag gaan ongeveer 150.000 leerlingen van groep 8 van het basisonderwijs beginnen aan de jaarlijkse Cito-toets. Velen denken dat de Cito-toets een intelligentietest is, niets is minder waar.

Intelligentietests

Intelligentietests worden frequent gebruikt bij het onderzoek van kinderen die op school enigerlei vorm van problemen hebben en bij de advisering ten aanzien van schoolkeuze, behandeling, aanpassing van onderwijsprogramma’s en dergelijke.

Eén van de redenen waarom de intelligentietest in het onderzoek van onder andere probleemkinderen wordt betrokken moet gezocht worden in het predicerend, dit is het voorspellend vermogen van een intelligentietest ten aanzien van het meest geschikte type onderwijs of schoolprestaties. Schoolprestaties kunnen overigens niet uitsluitend op basis van de resultaten, behaald op een intelligentietest, voorspeld worden.

Een tweede reden voor het gebruik van een intelligentietest is gelegen in het feit dat met behulp van een dergelijke test het cognitief (dys)functioneren van een kind gemeten en beschreven kan worden. Op basis daarvan kan getracht worden de schoolprestaties van het onderzochte kind te verbeteren; dit in plaats van het louter voorspellen van het verloop ervan.

Geschiedenis

Een beschrijving van de geschiedenis van het intelligentie-onderzoek vangt meestal aan bij het begin van de 20e eeuw met het werk van de Fransman A. Binet. Binet was primair geïnteresseerd in een diagnostische functie van de intelligentietest. Hij trachtte op systematische wijze individuele verschillen in intelligentie van kinderen, die van praktisch belang waren voor het onderwijs te identificeren, met het doel door middel van speciale instructie toename in intellectuele vermogens bij deze zwakke kinderen te bewerkstelligen.

Binet en Simon ontwikkelden in 1905 de eerste intelligentietest om na te gaan welke leerlingen niet in staat bleken het reguliere onderwijs met succes te doorlopen. Daarvoor was het noodzakelijk het schoolsucces van de leerlingen te voorspellen.

Binet selecteerde taken voor zijn testbatterij die het hoogst correleerden met schoolprestaties. Op deze wijze kwam het eerste intelligentiemeetinstrument tot stand. De test had een sterk verbaal karakter en deed een beroep op aspecten als logisch redeneren en geheugen.

Het werk van Binet en Simon drong al spoedig door tot in Amerika. Dit resulteerde in een Amerikaanse versie van de testserie: de Stanford-Binet test, die ook nu nog (in gereviseerde vorm) in individueel psychologisch onderzoek gebruikt wordt.

De primaire interesse voor het gebruik van de Stanford-Binet kwam bij de Amerikaanse onderzoekers echter voort uit de mogelijkheid een schaal te ontwikkelen waarmee een populatie hiërarchisch geordend kon worden op basis van intelligentie. De functie van het testgebruik verschuift derhalve Vrij snel van diagnostisch gebruik met het oogmerk intellectuele prestaties te verbeteren naar een meer selectief gebruik, gebaseerd op het voorspellend vermogen van een test.

Voorspellen van schoolprestaties

Traditioneel wordt de intelligentietest primair gebruikt op grond van het predictief vermogen van de test: dat wil zeggen het vermogen te voorspellen in hoeverre mensen aan een bepaald, in de toekomst gelegen, criterium zullen voldoen, bijv. of leerlingen in staat zullen zijn de basisschool met succes te doorlopen.

Pas wanneer er een duidelijk verband bestaat tussen intelligentiescore en schoolprestaties valt er iets te zeggen over het toekomstig slagen of falen binnen een schooltype (bijv. het basisonderwijs) of over de keuze met betrekking tot de meest geschikte vorm van vervolgonderwijs.

Niet alleen de intelligentiescore maar ook de schoolprestaties worden stabieler naarmate de leerlingen ouder worden. Het voorspellend vermogen van de intelligentiescore wordt o.a. ook bepaald door de mate van homogeniteit van de groep waarbinnen de voorspelling wordt gedaan.

Over het algemeen kan gesteld worden dat niet meer dan een derde â de helft van de verschillen in schoolprestaties verklaard wordt door middel van individuele verschillen in intelligentie. De correlatie is niet zo hoog dat intelligentie als belangrijkste factor van schoolsucces mag worden beschouwd. De voorspellende waarde van de tests is beperkt; schoolprestaties worden mede bepaald door niet-cognitieve factoren.

Schoolvorderingentests zoals de cito-toets blijken vaak betere voorspellers dan intelligentie- tests. Dit lijkt ook niet zo verwonderlijk gezien het weinig ,,schoolse materiaal” waaruit intelligentietests bestaan

Naast intelligentiescores als voorspellers van schoolsucces dan ook: het advies van het hoofd der school, schoolvorderingentoetsen, de leeftijd waarop de leerling het onderwijs binnenkomt, de sociaal-economische status van de ouders. Daarnaast zijn de motivatie, het concentratievermogen en faalangst belangrijke factoren in de voorspelling van schoolsucces.

Het gebruik van de intelligentietest op school

Intelligentietests worden met name op grond van hun voorspellend vermogen ontwikkeld en gebruikt ten behoeve van een aantal beslissingen waarvoor men zich in het onderwijs geplaatst ziet. Een drietal gebruiksmogelijkheden wordt hier nader toegelicht. Deze gebruiksmogelijkheden zijn gerelateerd aan de visie op onderwijs die men heeft. We richten ons voornamelijk op het onderwijs aan kinderen in de basisschool leeftijd (4-12 jaar).
De drie gebruiksmogelijkheden zijn:
  • selectie;
  • screeningsonderzoek;
  • plaatsing.

Selectie

Bij selectie is er sprake van één criterium waaraan men wel of niet kan voldoen. Het doel van selectie is onder andere het bepalen van de mate van geschiktheid of ongeschiktheid van een individu met betrekking tot dat ene criterium. Bijvoorbeeld kan een leerling wel of niet aan de eisen voor het HAVO-onderwijs voldoen.

Selectie gaat nogal eens samen met een inflexibel onderwijssysteem, waarin slechts plaats is voor leerlingen waarvan men verwacht dat ze met goed gevolg het onderwijs zullen doorlopen. Het onderwijs dient zo efficiënt mogelijk te verlopen en derhalve is er geen plaats voor leerlingen waarin extra veel geïnvesteerd moet worden. Leerlingen die niet aan een bepaalde norm voldoen zijn dientengevolge niet binnen dit onderwijs te handhaven.

Screeningsonderzoek

Screening duidt volgens de definitie van Cronbach op de mogelijkheid om op snelle wijze individuen op te sporen die mogelijk een speciale behandeling nodig hebben. Een voorbeeld is het screenen van leerlingen op de mogelijke aanwezigheid van gehoorstoornissen. Screening heeft dus vooral een signaleringsfunctie.

Omdat leerlingen vaak pas najarenlang een achterstand te hebben opgelopen werden aangemeld voor verwijzing naar het buitengewoon onderwijs, gingen er stemmen op te trachten door middel van vroegtijdige onderkenning van probleemleerlingen (screening) uitval naar het buitengewoon onderwijs zoveel mogelijk te voorkomen. Deze ideeën gaan uit van de verwachting van een toenemende bereidheid binnen het onderwijs om individuele aandacht aan mogelijke probleemleerlingen te besteden. Zwakke leerlingen kunnen met behulp van een screeningsonderzoek worden opgespoord en vervolgens nauwlettend gevolgd worden dan wel extra hulp krijgen.

Vaak zijn lage scores, behaald op tests die bedoeld zijn als screeningsinstrumenten, een reden voor verdergaand individueel psychologisch onderzoek.

Plaatsing

Bij plaatsing gaat het vooral om de vraag een keuze te maken uit een aantal alternatieven, die qua niveau of kwaliteit verschillend zijn. Daarbij is het van belang dat deze keuze optimaal aansluit bij de mogelijkheden van het individu. Het kan bijvoorbeeld gaan om de keuze van een vervolgopleiding of de keuze van een bepaald type van buitengewoon onderwijs.

Gaat het bij selectie primair om het geschikt zijn voor een bepaald schooltype, bij plaatsing gaat het om de keuze van die onderwijsvorm die het best aansluit bij de mogelijkheden en problemen van de leerling.

Met het veranderen van opvattingen over het onderwijs verschuift het perspectief van testgebruik van selectie naar plaatsing. Plaatsing gaat samen met een flexibeler onderwijssysteem waarin men bereid is de onderwijsvorm aan te passen aan de individuele behoeften en problemen van de leerling.

Het meten van leerpotentieel met behulp van leertests

De traditionele — vaak sterk verbaal georiënteerde — intelligentietests zijn voor een aanzienlijk deel gebaseerd op het meten van in de loop van de ontwikkeling verworven informatie (zoals woordenschat, verbale analogieën, e.d.). De achtergrondgedachte van de testconstructeurs is dat dit niet bezwaarlijk is, omdat elk individu in de gelegenheid is geweest om de betreffende informatie op te doen, te verwerken en te onthouden. Omdat mensen verschillen in hun vermogen om informatie te verwerken en te onthouden, twee belangrijke aspecten van intelligentie, za1 de op een bepaald ogenblik beschikbare kennis sterk van mens tot mens kunnen verschillen.

Vanuit die gedachte vormt de hoeveelheid beschikbare kennis een goede indirecte graadmeter, een goede indicatie voor de intelligentie. Een belangrijke bedenking die tegen deze redenering kan worden ingebracht is dat kinderen uit sociaal-economisch lagere milieus en/of van etnische minderheidsgroepen in een informatie-armere omgeving opgroeien waardoor er minder kansen bestaan om de kennis te verwerven waarde intelligentietest een beroep op doet.

Dit kan tot gevolg hebben dat kinderen al met een achterstand de basisschool binnenkomen waardoor ze minder profiteren van het gegeven onderwijs. Door de vicieuze cirkel waarin ze dan terecht komen ontstaat een steeds grotere achterstand, waardoor ze niet meer opgevangen kunnen worden binnen het reguliere onderwijs en naar het buitengewoon onderwijs moeten uitwijken.

Daardoor kan een kind met een in aanleg normale of zelfs meer dan normale intelligentie toch laag scoren op een intelligentietest en/of achterblijven met betrekking tot schoolprestaties.

Vaak blijkt dat een deel van de kinderen die laag op intelligentietests scoren en het slecht doen op school een goede prestatie leveren op niet- schoolse leertaken. Deze kinderen blijken sneller te leren en meer van relevante ervaringen te profiteren dan hun IQ-scores en schoolprestaties doen vermoeden. Ze beschikken met andere woorden over een relatief groot leerpotentieel.

Dit soort ervaringen is aanleiding om het cognitief vermogen niet alleen door middel van intelligentietests maar ook door middel van leerpotentieeltests te meten. Het leerpotentieel of leervermogen wordt dan bepaald door de mate waarin kinderen profiteren van relevante leerervaringen.
© 2008 - 2017 Sophocles, het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
De CITO-EindtoetsIn groep 8 van het basisonderwijs maken de meeste kinderen de CITO-Eindtoets. Deze toets wordt gebruikt om inzicht te kr…
Centrale eindtoets basisonderwijsCentrale eindtoets basisonderwijsVanaf april 2015 zullen alle basisscholen van Nederland een centrale eindtoets af moeten nemen bij de leerlingen uit gro…
De Cito-toets 2015: Uitslag, data en informatieDe Cito-toets 2015: Uitslag, data en informatieIn april 2015 is het dan eindelijk zover. Dan wordt voor de eerste keer de Cito-toets nieuwe stijl afgenomen. Grootste v…
De Entreetoets voor groep 5, 6 en 7De Entreetoets voor groep 5, 6 en 7Op basisscholen waar de Cito Eindtoets wordt afgenomen, wordt ook steeds vaker de Entreetoets afgenomen. De Entreetoets…
LVS - LeerlingvolgsysteemLVS - LeerlingvolgsysteemIn het basisonderwijs krijgt uw kind te maken met toetsen van het leerlingvolgsysteem (LVS). Elk schooljaar wordt er twe…

Reageer op het artikel "Cito-toets is geen intelligentietest"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Infoteur: Sophocles
Gepubliceerd: 11-02-2008
Rubriek: Nieuws uitgelicht…
Subrubriek: Educatie en school
Nieuws uitgelicht…
Deze rubriek bevat artikelen welke zijn geschreven naar aanleiding van een nieuwsfeit en kunnen daarom mogelijk gedateerde informatie bevatten.
Schrijf mee!